Wageningen – Philidor 1847

Op zaterdag 5 februari 2022 werd de KNSB-competitie hervat met een thuiswedstrijd tegen Philidor Leeuwarden (in m’n hoofd heten ze nog steeds zo). Oud-clubgenoot Jan Hania is daar tegenwoordig teamleider en aangezien we af en toe nog met Hans Dam erbij trainen, kon ik hem via Whatsapp uitnodigen voor de wedstrijd. Het werd een rare ontmoeting: zij waren eerder al min of meer gedwongen hun tweede terug te trekken om een eerste op de been te kunnen houden, wij hadden door veel zieken ook maar liefst vier invallers. Dit leverde het volgende plaatje aan ontmoetingen op:

1. Marcel Vermaat (2215) – John Stigter (1875)
2. Tjerk Sminia (2096) – Jeroen Weggen (2181)
3. Jan Hania (2178) – Chiel van Oosterom (2400)
4. Bas van der Lijn (2221) – David van Eekhout (2083)
5. Jan Boersma (2062) – Erwin Oorebeek (2137)
6. Fred Jonker (2153) – Eddie Scholl (2172)
7. Auke van der Heide (1997) – Pieter de Paus (1736)
8. Co Wiersma (1754) – Leandro Slagboom (2062)
9. Erik Kruit (1876) – Cees van de Waerdt (1721)
10. Kees Stap (2101) – Harmen Visscher (1913)

Gemiddeld was Philidor dus sterker (2088 tegenover 2006), maar ja, dat zegt niet zo heel veel (als het binnen de perken blijft).

Als eerste was John klaar. Dat was al na heel wat uurtjes spelen trouwens. Ik heb eigenlijk van zijn partij niet heel veel meegekregen (lees: in de korte langsloopmomenten snapte ik er niet veel van), maar ergens ging het dus fout. Ik heb ook niet meer gehoord of de gedachte van Fred dat hij opgaf in gewonnen stelling klopte. Zal het eens navragen.

Vervolgens gingen we al richting de eerste tijdcontrole, voordat de tweede uitslag viel. Of Chiel eerder was of ik, weet ik niet, want toen ik opstond, bleek hij ook klaar. Dus laten we de 1-1 bij Chiel leggen. Hij speelde tegen “onze” Jan, die er redelijk voortvarend in ging met een snel pionoffer. Het leek mij dat dit het soort stelling was, waarmee Jan het vroeger iedereen moeilijk kon maken. Chiel vertelde achteraf ook dat hij zich wel een tijdje zorgen maakte, maar hij heeft het om kunnen draaien en scoorde de gelijkmaker. Vrijwel gelijktijdig bracht ikzelf ons op voorsprong. Mijn tegenstander was zo vriendelijk een van de weinige dingen te spelen die ik bekeken had, dus stonden de eerste zetten redelijk snel op het bord. Maar toen hij afweek met een op zich logisch schaakje, was ik op mezelf aangewezen. Ik onderdrukte mijn eerste neiging om mee te gaan in zijn gedachten (hij leek een kwal te winnen) en dat was maar goed ook, want anders was ik in het nadeel gekomen. Nu hield ik het redelijk onder controle, bleef in het voordeel en ook al doorstonden mijn zetten de toets van Stockfish zeker niet, toch wist ik twee verbonden vrijpionnen op de derde rij te creëren en dat is meestal al een toren waard.

Zeven partijen waren dus nog bezig, toen de eerste tijdcontrole echt aanbrak. Ik heb samen met de arbiter heel wat rondgelopen tussen de borden die in tijdnood waren. Ik denk dat alleen Fred klaar was voor die tijd. Hij speelde tegen Eddie Scholl, de man die ooit Nederlands kampioen werd en jarenlang teamleider van Philidor was. Het is wel heel saai om te schrijven en geeft eerder mijn onmacht aan om iets zinvols over de partij te zeggen, maar op een afstandje voelde dit als een partij die vrijwel steeds in evenwicht was. Hierna maakte Philidor weer gelijk. Pieter hield lang stand tegen Van der Heide, maar het ging toch mis. Ik zoek in mijn hoofd naar stellingsbeelden van zijn partij, maar kan die niet vinden. Sorry, Pieter, als je de lezers meer wil laten weten over je partij, zal je dat zelf moeten doen.

Hierna kwamen we weer op voorsprong via wat voelde als de mooiste partij van de match. Tjerk speelde tegen Jeroen Weggen, de speler die in mijn ogen hun theoriebeest is. Tjerk liet zich daar echter niet door afleiden en beide spelers gooiden de openingszetten op het bord. Toch voelde het al redelijk snel dat Tjerk degene was die aan de touwtjes trok met eerst een loperpaar en vervolgens een pion. Een fraai schijntorenoffer leek de beslissing al te brengen, maar zwart gaf niet op en dwong Tjerk nog tot wat nauwkeurige zetten. Die wist Tjerk wel te vinden en hij kon voor zichzelf en het team een fraai punt bijschrijven.

Met nog vier partijen te gaan dacht ik dat we zouden winnen. Cees had een goed eindspel (loper + paard tegen toren), Kees stond duidelijk beter (goed paard tegen slechte loper), David zag er hoogst onduidelijk maar misschien wel goed uit, en Co stond eigenlijk “gewoon” gewonnen.

Bij Cees bleek het toch minder goed dan gedacht. Zijn loper en paard moesten er vooral voor zorgen dat de ander niet verloren ging, en zijn koning stond eng, waarbij soms mat of stukverlies dreigde, en bovendien die koning aan de volledig verkeerde kant van het bord verkeerde. Cees had dit door en probeerde door het mijnenveld dat de vijandelijke toren opwierp, met zijn koning naar de damevleugel te snellen. Misschien had hij eerder zijn paard moeten opgeven om de witte b-pion te kunnen slaan. Want dan had met een beetje geluk de volgende remisestelling op het bord kunnen komen:

Hier speelt zwart gewoon Ka8 en op schaak Lb8 en het is pat als de toren niet van de achterste rij weggaat. Helaas had Cees in de partij in een vergelijkbare stelling hier net op b4 geslagen en stond de loper dus nog niet op de juiste diagonaal. Dus moest hij opgeven en stond het weer gelijk.

Toch hadden we nog steeds drie goede stellingen over. Tenminste, dat dacht ik. Bij David viel me pas heel laat op dat hij een pion achter stond. Soms mis je dat omdat je ogen naar een ander deel van het bord worden getrokken. Ik dacht serieus dat hij op winst speelde. Dat bleek helemaal niet zo te zijn. Hij had alles uit de kast gehaald om die pion achterstand te compenseren. De realiteit hiervan drong pas mij me door, toen hij het vertelde nadat hij had opgegeven en ik nog in de waan verkeerde dat hij de partij verblunderd had. Oeps, 4½-3½ achter met nog twee borden te gaan.

Kees stond nog steeds overwegend, maar waar moest hij er nou doorheen? Moest hij nou werkelijk één of twee pionnen gaan offeren, eventueel aangevuld met een paard, om het punt binnen te slepen? Kees probeerde het linksom, Kees probeerde het rechtsom, maar zag het niet. En vond al dat geoffer veel te onduidelijk om voor te gaan. Remise dus en 5-4 achter.

Dus waren alle ogen gericht op Co. Hij speelde tegen het grote talent van Philidor, Leandro Slagboom, die in augustus vorig jaar Nederlands Kampioen bij de jeugd tot 16 was geworden. Maar Co stond dus al een heel tijdje “gewoon” gewonnen! Toch zag het er allemaal nog eng uit. Zijn koning stond heel krap en de pogingen tot matnetjes vlogen Co om de oren. Terwijl Leandro al lange tijd enkel op zijn increment speelde, en geregeld de klok tot een seconde of 2 terug liet lopen, pakte Co rustig wat pionnetjes en begon eens met zijn vrije damevleugelpionnen aan een opmars. Leandro moest zijn aanval wel opgeven en in de verdediging. Maar ook bij de ogenschijnlijk rustige Co liep de tijd inmiddels behoorlijk terug. Co gaf zijn b-pion, maar kreeg zijn a-pion op a7. Maar Leandro deed nog een laatste aanvalspoging. Ik was erg trots op Co’s multifunctionele slotzet Pc4: niet alleen voorkwam dit een echte tegenaanval door een zwart paard een veld te ontnemen, maar tegelijkertijd dreigde die een blok te vormen tussen de zwarte toren en de vrije a-pion. Leandro zocht en keek en zocht, maar zag het niet meer en gaf op tijdens het vallen van zijn vlag. Door deze geweldige prestatie van Co werd het dan toch nog 5-5.

Al met al een gelijkspel na een heroïsch gevecht in de onderste regionen van klasse 1A. Door dit gelijkspel houden we Philidor in ieder geval wel onder ons. Dus ook al leek het wellicht lange tijd dat we zouden gaan winnen, toch is met dit gelijkspel een belangrijke stap richting klassebehoud gezet.

Erwin