Ik realiseer me dat ik nog geen verslag heb geschreven over de interne competitie. Het is natuurlijk niet verplicht, en nu ik eraan begin merk ik dat het ook geen eenvoudige klus is, maar hopelijk wordt het toch gewaardeerd door de clubleden.
Dit seizoen heb ik zelf weinig kunnen spelen. Vind ik dat jammer? Ja, ergens wel — maar het was een bewuste keuze dus in dat opzicht ook weer niet. Privé was ik druk bezig met het zoeken naar een appartement, en op mijn werk waren er ontwikkelingen die veel tijd en energie vroegen. Daardoor bleef er weinig ruimte over om het schaken, zeker extern, te combineren. Ik dacht nog: intern lukt het vast om af en toe een potje mee te pakken. Maar ook dat viel tegen. Al snel moest ik accepteren dat dit seizoen voor mij minder om zelf spelen draaide, en meer om het faciliteren zodat anderen zonder zorgen konden schaken. Afijn, genoeg over mij. Laten we eens kijken wat dit seizoen in de interne competitie heeft gebracht.
Eens even terugdenken: we begonnen natuurlijk op 3 september met de eerste ronde. De openingsronde wordt altijd ter plekke ingedeeld, en vanaf ronde 2 verschijnt de indeling netjes via de app. De opkomst was prima: 36 spelers, dus 18 partijen — waaronder meteen een onderling duel tussen de Oerangoetans. In totaal hebben we 490 partijen gespeeld. Met 27 rondes kom je dan inderdaad uit op gemiddeld 18 partijen per avond. Maar waarom waren het er ook alweer 27?
Dit seizoen hebben we besloten om Match Play te spelen. Om dat goed te introduceren, kozen we ervoor om wat minder klassiek te spelen: we gingen van 32 naar 28 rondes. Ronde 12 kwam helaas te vervallen vanwege de extreme weersomstandigheden. Daardoor kwamen we uiteindelijk uit op 27 speelavonden.
En hoe gingen die 27 rondes dan? Vrij goed, als ik dat zelf mag zeggen. En toevallig mag ik dat — ik ben tenslotte de auteur van dit artikel. Hier en daar waren er een paar afwezigheden zonder bericht, en af en toe moesten we een bye uitdelen. Maar over het geheel genomen mag ik echt tevreden zijn over hoe spelers zich aan- en afmeldden. Zoals gezegd, met een paar uitzonderingen kon iedereen op elke speelavond gewoon schaken, zonder gedoe.
Mark van de Vooren speelde — net als vorig seizoen — als jeugdlid weer volop mee bij de senioren en doet het uitstekend. Voor veel senioren blijft het nog even wennen om met een uur bedenktijd te spelen tegen de jeugd, maar hoe dan ook mogen we boffen dat we zo’n jeugdlid binnen de interne competitie hebben. Dit seizoen begon nóg een jeugdlid actief mee te draaien: Thomas Nijenhuis. Ik heb hem eerder al onder de aandacht gebracht, maar nogmaals: Thomas verdient het. Het was even zoeken naar zijn rating, maar inmiddels staat hij rond de 1500. En voor wie naast schaken ook graag over voetbal en de Premier League praat: bij Thomas ben je aan het juiste adres.
Janno Heger stond na ronde 14 nog altijd op een perfecte 7/7. In zijn achtste partij moest hij het opnemen tegen zijn teamleider — en tja, die verlies je natuurlijk, anders beland je zo op de reservelijst van het tweede. En dat wil natuurlijk niemand — tenzij je een uitwedstrijd in Winterswijk hebt. Maar gelukkig hoefden de zwruit boeven dit seizoen niet zo ver te reizen. Janno pakte daarna de draad weer uitstekend op: in de volgende ronde won hij netjes van Clemens, waarmee hij liet zien dat zijn sterke seizoensstart geen toeval was.
Verder konden we dit seizoen ook nog even genieten van Peter Gelpke in onze interne competitie. Hij kwam het eerste versterken extern, maar vond zelf dat hij intern nog een klein experimentje moest afleggen. Zijn campagne begon meteen goed: een keurige winst op Bert Torn. Tijdens Match Play kwam Peter ook even langs — niet helemaal de bedoeling, maar hij was in de veronderstelling dat er een tegenstander klaarstond. Corniek le Poole, onze reddende engel (nog gefeliciteerd trouwens!), schoot te hulp en speelde een klassieke partij tegen hem. Als ik me goed herinner kwam Peter een pion voor te staan en speelde dat in het eindspel voorbeeldig uit.

In zijn partij tegen Erwin Oorebeek ging de opening niet helemaal lekker, maar vocht hij zich knap terug. Hij had zelfs kans op eeuwig schaak, maar speelde het net niet nauwkeurig genoeg en moest uiteindelijk opgeven.

Tegen Kees Stap werd het helemaal interessant: Peter rokeerde op zet 10 lang, terwijl Kees zelf nog niet had gerokeerd — en met een paard op h5 leek kort rokeren ook niet bepaald aantrekkelijk. Met 16…0-0-0 rokeerde Kees uiteindelijk dezelfde kant op. Ondertussen speelde Peter bijna Connect 5, want zijn pionnen van c tot en met g stonden allemaal keurig op de vierde rij. Het werd een lastige partij, maar Peter trok hem uiteindelijk over de streep.

Nu even fast forward naar de laatste ronde, want dat was nog behoorlijk spannend. Fred en Jeroen hadden in periode 4 al onderling gespeeld, waardoor het vooral de vraag was tegen wie ze in de slotronde zouden spelen. Bert ging vrij nuchter de avond in voor een lekker potje schaken, maar belandde onverwachts in een wedstrijd die ineens cruciaal bleek voor de titelstrijd — oeps. Fred had op papier ook een lastige tegenstander. En heel toevallig zaten de partijen die om de titel draaiden pal naast elkaar, zodat beide spelers elkaar goed in de gaten konden houden. Fred boekte uiteindelijk een remise, wat al voldoende bleek om zijn voorsprong te behouden.

In de partij tussen Jeroen en Bert zag Fred al snel dat Jeroen minder goed stond en waarschijnlijk niet verder zou komen dan een half punt. Dat klopte: ook daar werd het remise. Daarmee kregen we dit seizoen eindelijk weer eens een écht spannende slotronde, waarin Fred zich uiteindelijk tot winnaar van de interne competitie 25-26 kroonde.
Tot volgend seizoen!