Op woensdag 18 februari, uitgerekend op de 100e verjaardag van onze club, is Jan Timman op 74-jarige leeftijd overleden. Zijn betekenis voor het Nederlandse schaken is de afgelopen dagen in veel media belicht. Maar voor ons was Jan sinds 2007 een gewaardeerd clublid. Met Jan als jarenlang boegbeeld is Wageningen momenteel het team dat het langst onafgebroken in de eerste klasse speelt.
We gaan deze bijzondere man en deze unieke schaker dan ook missen. We wensen zijn vrouw Geertje, familie en vrienden, veel sterkte met dit grote verlies.

Bert Torn, voorzitter toen Jan bij Wageningen kwam spelen en al die jaren teamleider, deelt zijn persoonlijke herinneringen aan Jan.
Gewoon bijzonder, bijzonder gewoon
De wegen van Jan en onze schaakclub hebben zich op het juiste moment gekruist. Jan verhuisde van de grote stad naar de provincie, en had geaccepteerd dat z’n hoogste top voorbij was. De schaakclub maakte een omgekeerde beweging en had zich vanuit de regionale competitie enigszins onverwacht op serieus landelijk niveau gemeld en had ambitie daar te blijven.
Bij die eerste contacten waren Eric Smaling en Harrie van Lotringen nauw betrokken. Terugkijkend was deze combinatie van de professor en de advocaat waarschijnlijk een goed voorbeeld van onbewuste bekwaamheid. Een mix van charme, eruditie, bewondering, opportunisme en goede wijn zorgde snel voor verbinding. Het ‘(op)kijken naar’ veranderde in ‘spelen met’. Ik ben dit nooit als normaal gaan beschouwen en ben dit altijd als een voorrecht blijven zien. We erkenden de grote meester en gingen tegelijkertijd met hem om als een van ons. Jan vond beide goed en leek geen voorkeur te hebben voor een van beide rollen.
De band tussen Jan en de schaakclub bleek bestendig. Vanaf oktober 2007 tot mei 2025 heeft Jan (met uitzondering van de Coronaperiode) onafgebroken voor Wageningen gespeeld. Af en toe was er voor een wedstrijd wat overredingskracht nodig – naar verre uitwedstrijden keek Jan nooit uit – waarbij de kilometers naar het noorden zwaarder leken te wegen dan die naar het westen. Het perspectief van een goede fles wijn op de terugweg in de auto werd door Jan als een ‘mooi aanbod’ aangepakt; ik heb daarna geen bezwaar meer gehoord.
Ik zal Jan ruwweg 135 keer van station Ede-Wageningen hebben opgehaald. Bijna altijd was ik – met goede reden – een paar minuten te laat; Jan hoefde geen reden te geven waarom de treinen voor hem altijd op tijd reden. Onderweg werd geanimeerd gepraat over schaken, politiek, en wereldproblematiek. Jan had een groot gevoel voor humor en over vrijwel alles een gefundeerde mening. Zijn geheugen voor jaartallen, namen en gebeurtenissen was fenomenaal. Naast een enorm goed strategisch inzicht zal hem dit geholpen hebben om een van de beste schakers van de wereld te worden, en lang aan de top te blijven.
Bij uitwedstrijden gaf het ons mentaal een voorsprong om met Jan de speelzaal binnen te komen. Regelmatig werd hij door tegenstanders in het bijzonder welkom geheten. Een enkele keer was er zelfs een wethouder opgetrommeld. Het was niet aan hem te zien of hij dit waardeerde, maar ik heb zo’n eerbetoon altijd passend gevonden.
Jan bereidde zich doorgaans op een aantal mogelijke tegenstanders voor. Andersom gebeurde het ook. Voor een uitwedstrijd tegen Sissa in Groningen had hun 9e bordspeler zich wekenlang voorbereid op 1.e4 van Jan op bord 1. Nietsvermoedend speelde Jan 1.d4, waarna zijn tegenstander vermoedde dat de grote meester bewust zijn lange voorbereiding ontweek. De partij is nooit echt spannend geweest. Na de partij kreeg Jan van zijn tegenstander de vraag: “Wist u dat ik de Drakenvariant van het Siciliaans speel en heeft u dit bewust omzeild?” Jan kende z’n tegenstander niet en omzeilde wel succesvol een antwoord op de vraag.
Tijdens wedstrijden hield Jan alle andere partijen in de gaten. Achteraf wist hij feilloos cruciale momenten of verbeteringen te noemen. Als je niet oppast wordt dat gewoon. Ik heb geprobeerd het bijzondere talent te blijven zien. Bij thuiswedstrijden heeft Jan jarenlang na afloop zijn partij op een groot bord besproken. Ook hier liet hij geen moment blijken zich beter te voelen dan wie dan ook. Als je bijna de hoogste schaaktop beklommen hebt en je blijft desondanks zo bescheiden dan ontstaat bewondering.
Een aantal mensen op onze club was sinds de zomer op de hoogte dat Jan ziek was. Jan wilde niet dat dit breed bekend werd. Het zegt iets over onze club dat dit van ons uit ook niet gebeurd is. Drie weken geleden hebben Rijk Timmer en ik Jan nog bezocht in Arnhem. Hij was niets van z’n scherpte verloren, en we hebben toen niet gedacht dat het einde zo snel zou komen. We nemen afscheid van een unieke man met een buitengewoon talent die hier nooit mee te koop liep. Voor hem was bijzonder-zijn gewoon. Mogelijk juist hierin was hij ons grootste voorbeeld. We zullen hem enorm missen.