Twee titels in 13 zetten

De titelstrijd bij de Schaakvereniging Wageningen kende een ongemeen spannende apotheose. Zowel Erik van den Dikkenberg als Fred Jonker won vrij eenvoudig, maar het was nog steeds niet duidelijk wie kampioen was. Doordat andere uitslagen in zijn voordeel uitvielen, mocht Van den Dikkenberg uiteindelijk juichen. Met zijn overwinning op Karel Scholten won hij ook nog eens de beker.

Van den Dikkenberg ging met een kleine voorsprong op Jonker de slotronde in. Maar omdat de Schaakvereniging Wageningen een systeem kent waarbij een overwinning op een sterkere speler meer punten oplevert, was al bij aanvang van de partijen duidelijk dat het spannend ging worden. Op de borden van de koplopers was het minder spannend. Van den Dikkenberg speelde tegen Scholten de bekerfinale. Scholten zette zijn stukken passief neer. Met een fraai pionoffer besliste Van den Dikkenberg de partij, hij won een stuk. Ook Jonker had weinig moeite met Robin van Leerdam. Op de elfde zet won hij reeds een loper, dat voordeel gaf hij niet meer uit handen.

De afwezige Bert Torn was al zeker van het brons. Kees Stap en Jeroen Franssen streden om de vierde plek. Stap had daarbij voldoende aan remise, maar besloot toch om op winst te spelen. Hij won een pion, maar kon vervolgens de beslissende klap niet uitdelen. In het verre eindspel werd het remise. Clemens de Vos werd ondanks een pijnlijke nederlaag tegen Frans Bonnier zesde. Bonnier maakte goed gebruik van een zwakke pion van De Vos. Met zijn overwinning werd hij achtste, na Cees van de Waerdt die won van Wim Thieme. Erwin Oorebeek en Daniël Binnewijzend maakten de top 10 compleet.